
Wagemans Maastricht bv, fabrikant van
Artifort-meubelen, kent een historie die haar
oorsprong vindt in het eind van de negentiende eeuw.
Jules Wagemans vestigde zich in 1890 in Maastricht
als 'tapissier-garnisseur', een destijds
gebruikelijke aanduiding voor het gecombineerde
beroep van behanger en stoffeerder. Onder leiding
van zijn zoon Henricus Wagemans groeide de
bescheiden stoffeerderij aan het eind van de jaren
twintig uit tot een meubelfabriek die langzaam maar
zeker landelijke bekendheid verkreeg. Onder de
handelsnaam Artifort, die de eigenschappen van
gestoffeerde zitmeubelen - goede vormgeving (ars) en
duurzaamheid (fortis) - moest reflecteren, bracht de
N.V. Meubelfabriek v/d H. Wagemans & Van Tuinen in
de jaren vóór de Tweede Wereldoorlog vooral
'klassieke' fauteuils en banken op de markt.
De meer eigentijds vormgegeven meubelen in de
Artifort-collectie waren over het algemeen
geïnspireerd op gangbare stromingen als Amsterdamse
School, Haagse School en de Franse Art Déco-stijl.
In de jaren dertig werd er regelmatig samengewerkt
met architecten en ontwerpers voor de meubilering
van speciale projecten waaronder verschillende
hotels, restaurants en een groot aantal luxe
passagiersschepen. Het ontwikkelen en uitvoeren van
dergelijke opdrachten leidde in 1936 tot de
aanstelling van de vakman/meubelmaker Theo Ruth als
vaste ontwerper.

De
bedrijfsruimten van de Artifort-meubelfabriek waren
aanvankelijk verdeeld over drie verschillende
locaties. In de kerstnacht van 1934 werd de
rompenfabriek, één van de bedrijfsruimten in het
nabijgelegen Belgische Lanaken, door een brand
verwoest. De directie overwoog toen de bouw van een
geheel nieuwe fabriek waar de diverse afdelingen
konden worden samengebracht. In de crisisjaren bleek
de benodigde investering voor deze nieuwbouw echter
niet realiseerbaar. De leegstaande mouterij van de
St.Servatiusbrouwerij aan het Volksplein te
Maastricht bood na een verbouwing onderdak aan de
verschillende werkplaatsen en ruime toonkamers. In
de jaren vijfig kon dit gehele brouwerijcomplex
worden aangekocht. De gewelfde bierkelders die zich
op tien meter diepte bevinden en aansluiten op de
kazematten, het ondergrondse strategische
gangenstelsel van de stad, werden aanvankelijk
alleen gebruikt als opslagruimte en fotostudio.
Tijdens één van de fotosessies stuitte men in 1963
op een nieuwe grote kelder die een jaar later als
een buitengewone toonzaal werd ingericht. In de
jaren tachtig werden ook de zeven dieper gelegen
kelders als showroom in gebruik genomen. Samen met
de in 1987 geopende ruimten op begane grondniveau
ontstond zo een totale toonzaaloppervlakte van maar
liefst 4.500 m².
Na de Tweede Wereldoorlog werd de lijnvoering van de
Artifort-collectie onder invloed van nieuwe ideeën,
materialen en technieken steeds eigentijdser. Naast
modellen van Theo Ruth, die onder meer tekende voor
het ontwerp van de demontabele fauteuil 'Congo'
(1952), waren in de jaren vijftig moderne meubelen
in de collectie opgenomen van een aantal
buitenlandse ontwerpers, maar ook van architect
Gerrit Th. Rietveld. Deze ontwerpen van Rietveld, de
enige gestoffeerde zitmeubelen in zijn oeuvre, waren
speciaal ontworpen voor het Nederlandse paviljoen op
de Wereldtentoonstelling Expo '58 te Brussel
Het
eigenlijke vormgevingsbeleid van Artifort ging in
1958 van
start, toen binnenhuisarchitect en ontwerper Kho
Liang le als esthetisch adviseur werd aangesteld.
Zijn visie en internationale contacten, die goed
aansloten op de ambities van directeur Harry
Wagemans, zijn van groot belang geweest voor de
bekendheid en het succes van de onderneming. De
'designpolitiek' werd afgestemd op een
internationale markt, aangezien de Nederlandse markt
alléén niet groot genoeg was voor een bedrijf dat
zich wil specialiseren in eigentijds vormgegeven
producten. Al vrij snel werd contact gelegd met
verscheidene buitenlandse ontwerpers waaronder
Pierre Paulin uit Parijs en Geoffrey D. Harcourt uit
Groot-Brittannië. Samen met Kho Liang le wisten
vooral deze ontwerpers de Artifort-collectie in de
jaren zestig tot internationaal niveau te brengen.
De opvallende, sculpturaal vormgegeven zitmeubelen
van Pierre Paulin baarden in binnen- en buitenland
opzien.
Verschillende ontwerpen van Paulin werden in de
jaren zestig bekroond met designprijzen en zijn
opgenomen in tal van museumcollecties waaronder The
Museum of Modern Art in New York. De doordachte,
functionele zitsystemen en luxueuze bureaufauteuils
van Geoffrey Harcourt zijn vooral geschikt voor
projectinrichtingen zoals meubilering van kantoren,
luchthavens, congrescentra en openbare ruimten. Deze
internationale projectenmarkt werd vanaf de jaren
zeventig de belangrijkste pijler van de onderneming.
Ook vandaag de dag werkt Artifort consequent samen
met verschillende ontwerpers uit binnen- en
buitenland om aan haar collectie gestalte te geven.
Bron: Artifort